Kim Roelofs, mediator in het strafrecht. Geïnspireerd door de kracht die voortkomt uit het teruggeven van het conflict of de situatie aan de mensen zelf, was zij, samen met 9 andere mediators, in 2010 betrokken bij de eerste pilot mediation in strafrecht bij de rechtbank Amsterdam. Sinds 2017 is mediation in strafzaken landelijk uitgerold.

Mediation in het strafrecht: voor velen nog een utopie, maar voor een selecte groep mediators is het dagelijkse kost. Zo ook voor Kim Roelofs, die geen voldoening haalde uit haar veilige keuze voor de strafrechtadvocatuur, haar toga aan de wilgen hing en bij KLM aan de slag ging als stewardess. In de gesloten omgeving van een vliegtuig waar opstootjes wel eens voorkwamen, merkte ze haar kracht als tussenpersoon bij conflicten. Nu, werkend als mediator, spreken we haar in de ruimte waar het zich allemaal afspeelt: de mediatonkamer.

Mediation kan iets wat het normale strafrecht niet kan, namelijk: “het delict teruggeven aan de mensen zelf en hen in de beslotenheid van een mediation-kamer de ruimte bieden om de dialoog met elkaar aan te gaan om zo iets van de veroorzaakte schade – zowel materieel als immaterieel – te herstellen”. Door het publieke karakter van het strafrecht en justitie die de regie over jouw zaak voert, verlies je als slachtoffer als het ware de macht over het conflict. Hoe mediation in het strafrecht zich onderscheidt, legt Roelofs uitgebreid uit.

In de private sector wordt voor mediation gekozen wanneer een gang naar de rechtbank bijvoorbeeld niet wenselijk is of voorkomen dient te worden. In het strafrecht betekent een succesvol mediation-traject echter niet zondermeer dat de gang naar de rechtbank niet meer nodig is. Roelofs tekent de reden hiervoor enthousiast uit op een wit vel. Bij een strafzaak moet de afdoeningsbeslissing voldoen aan meerdere aspecten, waaronder vergelding en generale en speciale preventie (het voorkomen dat de dader en anderen het feit (nogmaals) begaan). Daarnaast moet de uitkomst ook een bepaalde mate van genoegdoening bieden aan het slachtoffer. Daartoe is een rechtelijke uitspraak niet altijd in staat. Tijdens een mediation onder leiding van twee professionele registermediators is deze ruimte er wel.

Het mediationtraject vindt dus plaats vóór of tijdens een strafzaak en is vaak maar kort. Het traject bestaat meestal uit drie gesprekken: eerst een vertrouwelijk intakegesprek met de partijen apart van elkaar en vervolgens met partijen gezamenlijk. In deze sessies worden beide partijen dezelfde vragen gesteld over wat er is gebeurd en wat de een van de ander verwacht of nodig heeft. Er wordt overigens doorgaans niet gesproken van daders, slachtoffers of delicten, maar van betrokkenen bij gebeurtenissen: “Als een scholier jarenlang gepest wordt en hij geeft uiteindelijk zijn pester één stomp op zijn neus, waarna hij aangifte doet van mishandeling, wie is dan het slachtoffer?”. Wanneer beide partijen aangifte doen tegen de ander is het de vraag of beide partijen vervolgen -de een voor mishandeling en de ander voor bedreiging- echt functioneel is. Hier kan aan tafel gaan met beide partijen een oplossing zijn om te kijken waar behoefte aan is, wat er aan vooraf is gegaan wellicht en wat nodig is met het oog op de toekomst. Dat blijkt soms slechts een verontschuldiging. De uitkomst en de eventueel gemaakte afspraken worden vastgelegd in een eindovereenkomst die naar justitie wordt gestuurd. Zij zullen het eindoordeel hebben en beoordelen of aanvullende maatregelen nodig zijn voor afdoening of herstel, afhankelijk van de ernst van de zaak. Door de context van het publieke recht behoudt justitie zo de eindstem. Als de zaak te ernstig is of als aan de eerdergenoemde aspecten nog niet is voldaan, dan vervolgt het OM uiteraard wel of zal de rechtbank een straf opleggen. Het is natuurlijk ondenkbaar dat een moordenaar of verkrachter weg kan komen met een mediationtraject. Wel is dan meer maatwerk mogelijk. De genoegdoening aan het slachtoffer hoeft dan bijvoorbeeld niet meer te worden vertaald in de hoogte van de straf.

Toch vind je de kracht van mediation volgens Roelofs terug in alle soorten zaken. De bereidheid van deelnemers is doorslaggevend. Zo noemt ze als voorbeeld een bankoveral waarbij mediation ook aan de kant van de daders een enorm effect had: “een bankovervaller beseft vaak niet dat hij slachtoffers maakt, hij overvalt immers een bank en die is daarvoor verzekerd, dus wat is het probleem? Als dader of verdachte het slachtoffer onder ogen komt in de mediatonkamer dan heeft dat zoveel meer impact dan wanneer je in de rechtbank door anonieme toga’s wordt beoordeeld en veroordeeld”. Zo blijkt ook uit onderzoekscijfers dat daders die hebben meegedaan aan mediation minder kans hebben op recidive, het draagt dus ook bij aan de speciale preventie. Voor de slachtoffers was dit traject net zo nuttig: “mensen maken vaak de dader zoals een overvaller heel groot in hun hoofd, in hun beleving zat er een man van twee bij twee onder de bivakmuts. Tijdens het gesprek komen ze er dan pas achter dat het maar een klein jochie was.”  

Een ander voorbeeld dat Roelofs noemt is aangrijpender, het betreft een verkrachtingszaak. Het slachtoffer had zelf de behoefte om de dader nogmaals in de ogen te kijken en antwoorden te krijgen. Voor het slachtoffer was het mediationtraject dan ook belangrijk om haar verkrachter de vraag te stellen: “waarom ik?”. Roelofs raakt hier dan ook de kern: “zij vertelde mij dat ze toen ze naar het huis van bewaring ging voor het gesprek, ze voor het eerst het gevoel had betrokken te zijn bij haar proces en ze haar kracht weer terugvond. Ze kon haar verkrachter aankijken en vragen stellen. Daarna kon zij weer weg en hij niet.” Het slachtoffer merkte dat ze in therapie maar niet verder kwam, ze had geen controle over het proces en vond geen ruimte voor emotionele afsluiting. Daarvoor had ze de veroorzaker van haar trauma nodig. Mediation gaf haar die ruimte wel. Dat is volgens Roelofs het belangrijkste van mediation: “je geeft mensen weer een stuk regie over hun eigen proces”.

Er kan dus wel gesteld worden dat mediation in het strafrecht de mogelijkheid biedt tot maatwerk bij het proces dat volgt. Slachtoffers die geen erkenning hebben gekregen zullen geen enkele straf of schadevergoeding hoog genoeg vinden. Als er ruimte is voor een goed gesprek waarin vragen gesteld en beantwoord kunnen worden en er zo erkenning kan plaatsvinden, creëert dat voor het slachtoffer vaak al veel rust. Zaken zoals een schadevergoeding kunnen namelijk ook aan tafel geregeld worden: “ik had ooit zelfs een man aan tafel zitten die meteen zijn internetbankieren tevoorschijn trok en het overmaakte”. Of een voorbeeld waarbij een kind een trauma op had gelopen door een man met een houtje-touwtje-jas: “de man bood aan om in zijn zeilmakerij een houtje-touwtje-schooltas te maken en deze te komen brengen, de jongen was er enorm blij mee! Later zei een Officier van Justitie nog tegen mij dat hij dit zelf nóóit had kunnen bedenken”. Maatwerk en creativiteit dus.

Roelofs vertelt dat mensen soms vergeten haar gedag te zeggen na een gesprek, iets wat zij een goed teken vindt: “het laat zien dat ze zelf de touwtjes in handen genomen hebben en de controle weer terug hebben”. Het was leuk om te merken dat dit voor ons net zo voelde, we hebben bijna geen vraag hoeven stellen omdat Roelofs zo vol mooie en heftige verhalen zat die ons een goede kijk in de keuken van strafrechtmediation hebben gegeven.

Share This