Korte gevangenisstraffen zijn niet effectief. Ook niet als het om vergelding gaat. Bij thuisdetentie of taakstraf is de kans op terugval bovendien de helft kleiner. Dat is gunstig voor de gestraften en voor potentiële slachtoffers.

Auteurs: Jacques Claessen en Gert Jan Slump 7 juli 2020
Beide auteurs zijn projectleider van het driejarige project Changing Justice Gears.
Bron : dit artikel verscheen in Nederlands Dagblad

Op 3 juli hield Johan Bac, directeur van Reclassering Nederland, in het Nederlands Dagblad het pleidooi om in het geval van onbetaalde geldboetes niet langer standaard vervangende celstraf op te leggen, maar een vervangende taakstraf. Mensen die hun schulden niet kunnen betalen, hebben vaak al allerlei problemen. Als daar ook nog eens het verlies van woning, werk of wederhelft bij komt door het moeten uitzitten van vervangende hechtenis, wordt hun situatie van kwaad tot erger. Basis van zijn betoog: bij een onbetaalde boete is een werkstraf beter dan een aantal dagen cel. Wij juichen dit pleidooi van harte toe.

Herstelgericht

Sterker nog, wij pleiten niet alleen tegen vervangende hechtenis maar tegen kortdurende vrijheidsbeneming in het algemeen. Wij pleiten vóór het ontwikkelen en het in de praktijk toepassen van alternatieven voor de korte gevangenisstraf. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan elektronische thuisdetentie en de (herstelgerichte) taakstraf – eventueel met opname in de strafwet van een bepaling dat korte gevangenisstraffen in beginsel niet langer worden opgelegd.

Ineffectief

Redenen om oplegging van de korte gevangenisstraf in de toekomst te voorkomen of in ieder geval sterk terug te dringen? Deze straf blijkt uitermate ineffectief te zijn, terwijl zij wél allerlei negatieve neveneffecten met zich brengt.

Het resultaat is minder nieuwe slachtoffers.

Om met dat laatste te beginnen: zoals gezegd verliezen veel mensen door een celstraf hun baan, woning of partner – factoren die nu juist van belang zijn om op het rechte pad te blijven.

Ook blijkt uit neuropsychologisch onderzoek dat ons brein reeds na drie maanden cel afgestompt raakt door de prikkelarme omgeving van de gevangenis. Opsluiting verkleint derhalve de kans op succesvolle resocialisatie.

Recidivecijfers na detentie liegen er in ieder geval niet om: ruim 45 procent gaat binnen twee jaar na invrijheidstelling opnieuw in de fout. Dit percentage staat in schril contrast met recidivecijfers na elektronische thuisdetentie of een taakstraf. In beide gevallen is er sprake van ongeveer de helft minder terugval dan na een korte gevangenisstraf – met als resultaat minder nieuwe slachtoffers en minder kosten voor de strafrechtspleging

Mogelijke verklaringen hiervoor zijn dat als iemand bij thuisdetentie of een taakstraf deel blijft uitmaken van de samenleving, hij of zij minder snel het label ‘crimineel’ opgeplakt krijgt en wegblijft uit de leerschool voor criminelen. Nu ruim driekwart van alle gedetineerden in Nederland een gevangenisstraf van minder dan drie maanden krijgt opgelegd, wordt duidelijk hoe groot de groep mensen is die in beginsel in aanmerking zou komen voor een alternatief voor de korte gevangenisstraf. Vanzelfsprekend dient in het kader van het opleggen van straffen oog te worden gehouden voor vergelding en de behoefte aan genoegdoening van slachtoffers en samenleving. Maar als corona ons iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat verplicht thuiszitten zwaarder weegt dan ooit gedacht. En een taakstraf waarbij de dader daadwerkelijk verantwoordelijkheid moet nemen voor wat hij heeft misdaan, zal waarschijnlijk tot meer genoegdoening leiden dan wanneer hij of zij simpelweg zit te niksen in zijn cel.

Openbaar Ministerie

Met de oplegging van de straf raken we aan de strafmotivering door het Openbaar Ministerie en de rechter. Wij pleiten ervoor dat dit uitgebreider gebeurt, waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan alle sanctiedoelen. Dus niet alleen aan vergelding, afschrikking en maatschappijbeveiliging middels opsluiting, maar ook aan resocialisatie, re-integratie en herstel, alsook aan het effectief voorkomen van nieuwe slachtoffers.

Onze stelling is dat een uitgebreidere sanctiemotivering, waarbij Openbaar Ministerie en rechter zich ook vergewissen van de effectiviteit van bepaalde straffen, tot zinvollere ingrepen zal leiden dan het opleggen van een korte gevangenisstraf. Om tot alternatieven voor de korte gevangenisstraf én een uitgebreidere sanctiemotivering te komen zijn wij dit jaar vanuit Stichting Restorative Justice Nederland en Universiteit Maastricht het driejarige programma Changing Justice Gears gestart.

Iedereen beter

In het project wordt samengewerkt tussen wetenschappers van verschillende universiteiten en professionals die werkzaam zijn in het strafrecht. Gekozen is voor een benadering, waarbij ook aandacht is voor de publieke opinie. Ook wordt in het kader van dit programma gelobbyd in politiek Den Haag. Om in praktijk te kunnen komen tot alternatieven voor de korte gevangenisstraf dient immers ook de strafwet te worden aangepast. Ons doel met dit programma is de realisering van een verdere humanisering van het strafrecht waarvan uiteindelijk iedereen beter wordt.

Share This